Op maandag 13 september ging het SPE op bezoek bij Nisa for Nisa.
In 2021 kregen zij budget toegekend binnen het speerpunt zelfbewust opgroeien voor het project ‘We zetten door!’ Dit project richt zich op meiden van 12 t/m 18 jaar die op gebieden als zelfbeeld, weerbaarheid en het delen van emoties in de knel zitten met zichzelf. De coronacrisis heeft mogelijke problematiek op deze gebieden alleen maar versterkt. Door middel van assertiviteitstrainingen gecombineerd met talentontwikkeling wil Nisa for Nisa met dit project de meiden weerbaarder maken en hun zelfbeeld versterken. Hierbij bieden ze de meiden de ruimte om in een veilige setting het gesprek over eenzaamheid, zelfbeeld en zelfvertrouwen te voeren. Nisa for Nisa geeft haar projecten vorm in samenwerking met de doelgroep. De vraag voor een project als ‘We zetten door!’ komt vanuit de meiden zelf, en ook in de invulling van projecten spelen zij een grote rol.

Het SPE is aanwezig tijdens de sessie ‘Onze game’ waarin de meiden zelf kaartjes maken met vragen en stellingen. Het doel is om hiermee onderwerpen die nog wel eens lastig kunnen zijn bespreekbaar te maken.
Voor we beginnen met het maken van de praatspellen, licht de workshopleider eerst het concept ‘leefwerelden’ toe. Dit zijn sociaal-culturele plekken waar we ons in begeven. Voorbeelden van leefwerelden waar ze samen met de deelnemers op komt zijn:

-Thuis
-School
-Werk
-Social media

De workshopleider legt uit hoe je je gedrag vaak aanpast aan de verschillende leefwerelden. Een van de deelnemers vult aan dat je thuis je broer of zus misschien een klap zou geven in het geval van ruzie, of met ze zou stoeien, maar op school niet. Ook op straat gedraag je je vaak wat anders dan thuis. Zo geeft een van de meiden aan dat ze zich wat inhoudt op straat, en daarnaast vooral familie en kennissen van de familie heel netjes begroet.

Jongerenwerkster Sarah haakt hierop in en vertelt hoe het in de Marokkaanse en Turkse cultuur gebruikelijk is om altijd de tijd te nemen om uitgebreid de tijd te nemen om te groeten en eventuele vragen te beantwoorden, zeker als het een ouder persoon betreft. Het kan dan ook – zeker in de Marokkaanse en Turkse cultuur – nog wel eens lastig kan zijn om ‘nee’ te zeggen tegen bijvoorbeeld een buurvrouw die je tegenkomt op straat, of in de winkel. Een van de meiden vertelt hoe kennissen van haar moeder haar op straat vragen om van alles door te geven aan haar moeder. Ze vindt dit wel vervelend, maar dit aangeven is lastig. Sarah vertelt ook een anekdote over hoe ze vroeger werkte bij een drogist en hoe kennissen van de familie haar daar soms korting vroegen. Het was dan best een uitdaging om nee te zeggen en dus grenzen aan te geven. Sommige deelnemers zeggen dat ze wel eens iets vergelijkbaars hebben meegemaakt bij hun bijbaan, en bespreken met elkaar hoe je hier het beste je grenzen aan kunt geven.

Op de vraag ‘heeft corona de leefwerelden veranderd?’ komt veel respons. De verandering van fysiek school naar online school heeft veel impact gehad op de deelnemers. Soms moesten ze thuis helpen terwijl ze school hadden, of er waren familieleden die geluid maakten door hun lessen heen. Meerdere meiden geven aan dat ze hun bed bijna niet meer uitkwamen, en dat ze totaal geen motivatie hadden om naar de lessen te gaan. Dit alles had soms vervelende gevolgen. Zo heeft een van de meiden haar hele jaar niet gehaald door de online lessen, en ging een ander van achten en negens naar drieën en vijven. Zij moest daardoor een ander niveau gaan doen. Een andere deelnemer voelde zich totaal niet gezien door haar mentor noch haar vertrouwenspersoon: “Sarah was meer mijn mentor dan mijn eigen mentor.”

Na deze open discussie gaan de meiden aan de slag met het maken van kaartjes voor verschillende gespreksspellen. Aan de hand van wat voorbeelden schrijven ze stellingen en vragen op de kaartjes, waar je bijvoorbeeld antwoord op moet geven zonder ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen.
Het zelfbeeld komt aan bod. Op een van de kaartjes staat: “Ik voel me wel eens onzeker.”
De deelnemer die dit kaartje trekt vindt het eerst lastig toe te geven dat ze wel  eens onzeker is, maar zegt dan: “Oké klein beetje. Sinds ik aan TikTok ben begonnen, toen werd ik een klein beetje onzeker.” Het blijk snel dat ze hier niet alleen in is. Een ander meisje vult haar, gepaard met heftige handgebaren, aan: “Die meisjes, zúlke smalle tailles!”

Ook mentale gezondheid komt veel aan bod. Meerdere deelnemers geven aan dat ze het moeilijk vinden om motivatie te vinden voor sport, socializen of school. Zeker sinds corona, al wordt het al wel wat beter sinds er weer meer mag en kan. Er wordt ook gesproken over je verdrietig voelen zonder duidelijke reden. “Als ik ongesteld ben joh, ik jank elke dag!”
Verdrietig zijn, of zelfs depressief, er kan nog wel wat taboe op deze onderwerpen zitten. Dit maakt het vaak lastig ze te bespreken. Zeker ook onder mensen van Marokkaanse of Turkse afkomst, vertelt Sarah. Maar Hier bij Nisa for Nisa durven de deelnemers vrij te praten. Zo zegt een deelnemer die net wat heeft verteld over mentale problemen: “Ik weet dat ik alles hier kan delen want ik zie iedereen hier als zusjes.”

Het doel van de bijeenkomst- het bespreekbaar maken van onderwerpen als eenzaamheid en onzekerheid- is zeker bereikt: “Je hebt het middel van spel gebruikt om vragen te stellen. Je wilde dingen bespreken, maar je hebt het leuk gemaakt. En dat is belangrijk.” Aldus een deelnemer.

“Volgende keer langer!” Roept een van de meiden nog.