SPE – Interview met Mama Watoto

 

Amy en Angela zijn op bezoek geweest bij Christine en David van Mama Watoto. Christine en David komen beide uit Oeganda. Christine is de oprichter en directeur van Mama Watoto. Mama Watoto betekent moeder van alle kinderen in het Swahili. Mama Watoto doet onder andere projecten in Oeganda zoals het bouwen van een opvanghuis voor straatkinderen waar ze ook psychische hulp kunnen krijgen, het bouwen van scholen en het geven van hulp bij natuurrampen. In Amsterdam Zuidoost doet Mama Watoto projecten over HIV-bewustwording, vrouwenhandel, genitale verminking, tienermoeders en geïsoleerde vrouwen van diverse achtergronden.

Zo op het oog klinken de onderwerpen erg zwaar. Christine ervaart dat niet zo. Ze doet dit werk met passie en veel van wat ze wilt bereiken lukt ook. Dat maakt het niet zo zwaar. David herkent dit, we zijn allemaal deel van deze samenleving en niemand zou buitengesloten moeten worden. David is al vrijwilliger bij Mama Watoto sinds de oprichting.

Eigenlijk kun je zeggen dat Mamma Watoto mensen in nood helpt. Christine stelt dat iedereen op zijn of haar manier in nood is. Het gaat erom dat je elkaar helpt en deelt wat je hebt. Zo helpt het SPE Mama Watoto en kunnen zij kunnen daardoor weer andere mensen helpen. Christine zegt dat het voor haar niet goed voelt om alles te hebben, terwijl haar buurman niets heeft. Ze heeft het idee dat het sommigen niets uitmaakt. Christine denkt dat dat een cultuurverschil is. In Oeganda wordt dit niet gezien als bemoeien, je wilt gewoon weten wat er in anderen om gaat. In Nederland zijn mensen meer gesloten. David vult aan dat je dat ook ziet aan de gebouwen. Mensen leven niet buiten en iedereen is een beetje op zichzelf.

Dit bleek bij een project over gezondheidszorg. David en Christine kwamen erachter dat mensen soms ziek worden van hun eigen huis. Mensen koken thuis en het huis zit potdicht. David ziet waar het mis gaat. Mensen moeten meer ventileren! Ze moeten weten hoe ze voor hun huis moeten zorgen. Bijvoorbeeld niet 24 uur per dag de verwarming aan laten staan. Veel mensen zien er geen probleem in, want zo is het lekker warm en het gaat niet op. David vraagt ze dan of ze hoge rekeningen krijgen. Ze zien vaak het verband niet in, want ze denken dat er genoeg energie is. Om voorlichting hierover te kunnen geven konden David en Christine bij het GGD aankloppen. Zij hadden een potje voor gezondheidsvoorlichting. Als ze mensen konden leren hoe ze gezond in hun eigen huis konden leven, dan zouden ze ook gezonder worden. Andere onderwerpen waren de woningbouw bellen als je schimmel op de muren zag, of de mechanische ventilatie schoonhouden. Mensen hadden deze voorlichting echt nodig, want ze wisten dit niet.

David probeert mensen ook voor te lichten over universele waarden. Een vrouw en een man zijn evenveel waard. Iedereen is een mens. Als mensen hier anders naar kijken dan geeft het problemen. Deze voorlichting geeft Mama Watoto op verschillende manieren, door workshops, via de radio en via WhatsApp. Ze sturen positieve berichtjes per WhatsApp of via Facebook en mensen reageren daar positief op. David en Christine ontmoeten veel mensen in de kerk en op bijeenkomsten waar ze voor uitgenodigd worden. Op deze bijeenkomsten komen mensen uit verschillende landen. Ze zijn trouwens niet allemaal Christelijk, er komen ook mensen die niet gelovig zijn maar troost en hoop zoeken. Zo was er een keer een man van in de 60 uit Suriname. Bij het voorstellen werd hem gevraagd wie hem had uitgenodigd. Hij zei dat hij zichzelf had uitgenodigd. Hij had op straat aan wat kinderen gevraagd waar een kerk was en hij besloot om meteen langs te gaan. Deze man had het nodig om met mensen te praten. Hij was op zoek naar steun en mensen die luisteren. Het gaat ook niet per se om geloof maar om het gevoel van gemeenschap.

David en Christine houden contact met deze mensen door steeds met ze in gesprek te gaan. Als iemand naar je luistert, dan kan die persoon je ook verder helpen met het oplossen van je probleem. De eerste stap is dat iemand je begrijpt. Daarna weet hij of zij misschien wel iemand die je kan helpen. Christine merkte bijvoorbeeld dat er veel vrouwen behoefte hadden aan samenkomen en met elkaar praten. Ze ging zoeken naar een manier om dit te kunnen financieren en vroeg buurtinitiatief aan bij de gemeente. Ze kreeg wat geld en dat gebruikte ze om samen met de vrouwen bij haar thuis te gaan koken, praten en dansen. Muziek is erg belangrijk, want het geeft je rust, hoop en geloof. Zo kun je jezelf troosten. Het viel haar op dat veel van deze vrouwen wel goed met hun handen waren, maar niet goed konden leren. Ze wisten niet hoe ze een eigen bedrijf konden opstarten. De meeste hadden een uitkering en werken was lastig voor ze. Ze waren bang om zelfstandig ondernemer te worden. Ze kenden bijvoorbeeld de taal niet goed genoeg en wisten niet hoe alles hier werkte. Ze hadden veel excuses, maar dat was hun realiteit.

David vult aan dat de uitkering maakte dat ze vastzaten. Het stimuleerde ze niet om verder te denken. Alles lag vast, de ene week een afspraak met een psycholoog, de andere week met een huisarts en dan weer bij gemeente. Ze hadden het heel erg druk en dachten niet na over hoe ze konden groeien. David ziet dit nu nog bij veel mensen in de buurt. Ze denken dat ze hier niet horen. Door het systeem gaan ze hun talenten en vaardigheden niet meer gebruiken. Ze worden in een hokje geplaatst en daar blijven ze, ze groeien en ontwikkelen zich niet meer. Voor oude en gehandicapte mensen is het goed dat zij in het systeem zitten, maar jonge mensen moeten actief kunnen zijn en hun eigen potentieel ontwikkelen. Denk aan de jeugd die hun leven verspilt aan wiet roken. Ze worden niet gestimuleerd om zelf na te denken en iets van jezelf te maken. Je zit eenmaal in een systeem en blijft erin. Ze roken dan wiet om zichzelf te kalmeren.

Christine vindt dat dit systeem mensen isoleert. Jonge mensen met groeipotentieel worden buitengesloten, want ze hebben zogenaamd psychische problemen en moeten daardoor begeleiding hebben. Als ze die begeleiding krijgen, dan krijgen ze ook een uitkering, maar dat maakt ze juist gehandicapt. Ze hebben geen begeleiding maar juist kansen nodig. Mama Watoto helpt mensen hierbij. Mensen hebben warm bloed en we moeten erop uit gaan. Gewoon even naar buiten gaan en een wandeling maken en met mensen praten. Niet alleen thuis voor de buis of achter de computer hangen.

Christine vertelt dat om deze reden het eerste, door het SPE gefinancierde, project is begonnen in 2014. Dit project had als onderwerp geïsoleerde vrouwen. In Oeganda heb je geen maatschappelijk werkers. De maatschappelijk werkers zijn je buren en je familie. Eigenlijk is de hele gemeenschap het systeem. Je bent dus niet met één persoon aan het praten, maar je kunt met iedereen praten. Christine vond het erg raar dat je als je in Nederland over je problemen wilt praten, je dan maar met één iemand kan praten, die er ook nog een voor betaald wordt! In Oeganda doe je dat gewoon gratis en overal, bijvoorbeeld in de kerk. Het duurde erg lang voordat Christine kon accepteren dat het in Nederland anders is.

Om het project te starten begonnen ze met een workshop en brainstormsessie om te praten over wat ze gingen doen. Vervolgens gingen ze bij vrouwen thuis langs om te horen wat er bij hen speelde. Christine kon zich toen nog niet helemaal inleven. Ze vroeg deze vrouwen waarom ze niets meer deden en ondernamen en zette verder niet door. De redenen waarom ze niet naar buiten gingen verschilden. In sommige gevallen waren het de mannen die niet wilden dat hun vrouw naar buiten ging. Er was zelfs een man die bepaalde hoe zijn vrouw zich kleedde. Zij werkte wel, maar moest al haar geld aan hem afgeven. Hij bepaalde hoeveel ze aan boodschappen mocht uitgeven. Ook verbood hij haar om op bezoek te gaan bij andere vrouwen. Dat is gewoon mishandeling! Bij andere vrouwen had het met hun werk te maken. Zij waren bijvoorbeeld schoonmaker, kwamen thuis van het werk en moesten dan van alles doen met hun kinderen. Het werd ze te veel en ze belanden in een burn-out. Hierdoor konden ze niet meer werken en kregen ze een uitkering en bleven daarin hangen.

Er waren trouwens ook mannen aanwezig bij dit project. David legt uit dat zij erbij moesten zijn, want het ging vaak om koppels. Als alleen de vrouw aan een project mee doet en de man is niet betrokken, dan voelt dat raar en blijft de vrouw nog steeds geïsoleerd. De maatschappij bestaat uit mannen en vrouwen en we kunnen niet de een veranderen zonder de ander. Dan blijft de situatie hetzelfde. Deze mannen waren dus ook welkom op de groepsbijeenkomsten. Het bleek ook dat niet alleen vrouwen lijden onder geweld en geïsoleerd zijn. Er waren ook mannen met deze problemen, die bijvoorbeeld door hun vrouw werden mishandeld. In sommige relaties heerste werkelijk een oorlog. Er was bijvoorbeeld een stel, waarbij de vrouw een verblijfsvergunning had en de man niet. Zij had alle macht en dwong hem om alles te doen in het huishouden en zij beschikte over al het geld. Als hij er wat van zei, dan chanteerde zij hem door te zeggen dat hij van haar afhankelijk was voor zijn verblijfsvergunning.

Je wilt blijven communiceren , dus het zijn vaak kleine stapjes die je in een dergelijke situatie kunt maken. Als onderdeel van het project waren er workshops waarin voorlichting werd gegeven door professionals en relaties werden besproken. Dan werden er vragen gesteld en mochten ze zelf antwoorden geven. Dat werkt beter dan alleen luisteren. Een vraag was bijvoorbeeld wat is huiselijk geweld? Mensen vertelden dan vanuit hun eigen oogpunt wat huiselijk geweld is.

Een andere workshop ging over liefde. Vaak is er veel strijd binnen een relatie. Dit werd aangepakt door aan de vrouw werd te vragen wat zij vond en daarna reageerde haar man. Samen gingen ze erover vertellen en waren ze aan het lachen. Omdat ze het zo goed uitlegden, kregen ze daarna cadeautjes. Luisteren en ze een spreekbuis geven is wat ze nodig hebben. Eerst zijn mensen bang om te spreken, maar als er eenmaal iemand begint dan doet de rest vanzelf mee. Ze vinden vaak herkenning bij elkaar.

Het doel van het project was empowerment. Niet alleen voor de deelnemers, maar ook voor de kinderen en de rest van de gemeenschap, zodat zij als rolmodel kunnen optreden. Christine vertelt dat als zij tegen haar dochters zegt dat ze mooi zijn, dan bedanken ze haar en zeggen ze dat ze dat weten. Het gaat dus ook om zelfvertrouwen. Als je je goed over je jezelf voelt, dan is een compliment nog steeds leuk, maar je ontvangt het anders. Veel vrouwen hebben bevestiging nodig. Mannen trouwens ook, iedereen heeft bevestiging nodig. Mannen doen soms alsof ze dat niet nodig hebben, maar stiekem hebben ze wel degelijk bevestiging nodig. Vrouwen misschien wel wat meer dan mannen.

Tijdens het project was er bijvoorbeeld een vrouw die op een gegeven moment niet meer kwam opdagen. Ze gingen wel met haar praten, maar ze drongen eerst niet tot haar door. Mama Watoto nodigde mensen uit om eten te maken uit hun eigen land. Toen deed deze vrouw wel mee. Ze bleek erg goed te kunnen koken en Christine complimenteerde haar daarmee. Een paar weken later kookte deze vrouw thuis voor een paar vrouwen. Vervolgens begon ze te koken voor een buurthuis en haar man was erbij. Hij zag dat ze iets deed wat ze echt leuk vond, in tegenstelling tot schoonmaken. Hierdoor veranderde hij. Het project gaf ze een spreekbuis. Iedereen heeft een talent. Laat dat zien en laat ze je potentie ziet. Deze vrouw heeft nu een cateringbedrijfje, waarin drie andere vrouwen uit het project ook werken. Er zijn dus vier vrouwen uit dat project aan de slag!

Christine ontdekte dat veel vrouwen psychosociale problemen hadden, zoals een slechte relatie, financiële problemen, een taalbarrière en cultuurverschillen. Het systeem werkt hier heel erg anders dan in Afrika. Het systeem is zwaar en soms is dat juist je probleem. Als je niet weet hoe het systeem hier werkt, dan wordt je ergens door het systeem geplaatst en dan kan het jaren duren voordat je eruit komt. In dat opzicht kan het systeem je dus letterlijk slopen.

In Afrika ging Christine gewoon met haar buurvrouw praten, het was prima als zij dan moest huilen. Ze praten en aten samen en daarna voelde het alsof alle problemen waren opgelost. In Nederland is het een heel ander systeem. Je gaat niet gewoon bij iemand langs om over je problemen te praten. In 2016 gaat er een nieuw project voor geïsoleerde vrouwen van start waarvoor Mama Watoto subsidie heeft ontvangen van het SPE.

Christine is heel blij dat Mama Watoto de subsidie heeft gekregen bij het SPE. Mama Watoto kan nu nog meer mensen helpen. Het is de bedoeling dat de vrouwen hun talenten gaan ontdekken. Dit zal ze bereiken door te praten en te vertellen dat God iedereen talenten heeft gegeven en ze die moeten erkennen. Dit werkt doordat ze een veilige omgeving te biedt, waar vrouwen kunnen praten en om naar zichzelf leren luisteren. Ze zullen ook samen gaan eten en dansen. Bij het dansen is hun partner ook uitgenodigd. Het is de bedoeling dat ze anderen inspireren.

Het project richt zich op 20 vrouwen en 30 mannen. Ze beginnen met een workshop om te kijken wat er aan de hand is. Sommige vrouwen die ervoor opgeleid zijn, waaronder Christine, gaan bij vrouwen langs om met ze te praten. Het is wel goed om te zien hoe mensen wonen, dat geeft een beeld van wie ze zijn. Het kan ook een maatschappelijk werker zijn die een bezoek aflegt. Het project zal afgesloten worden met een dialoogsessie. Het project is geslaagd als er een verandering optreedt, bijvoorbeeld zoals bij de vrouw uit het eerder project die haar eigen cateringbedrijf is begonnen.

Het zou goed zijn als het SPE ook met de leiders van de gemeenschap praat om te horen wat er nodig is. David geeft aan dat er soms barrières zijn, maar het lukt niet altijd. Mensen kijken anders en kunnen sceptisch zijn als ze bijeen geroepen worden door instanties. Voor Mama Watoto is dat anders omdat ze de mensen kennen en ze vertrouwen. Het SPE kent de meeste leiders. Christine en David denken dat het een goed idee is om ze bij elkaar te roepen en strategieën te bedenken. David en Christine stellen dat het beter is om, voordat je een project gaat doen, eerst te praten met mensen uit de gemeenschap. Zo hoor je wat er gaande is en welke problemen er zijn. Vervolgens roep je ze weer bijeen om te vragen hoe je ze kunt helpen om hun problemen op te lossen.

 

2